Minister Smet lanceerde recent de idee om Frans in het secundair onderwijs te vervangen door Engels als tweede taal. Velen die ver en dicht bij onderwijs- en taalbeleid staan, gaven daarover hun mening. Wat scholen zelf vinden, hoort men minder. Maar wij hebben wel een mening!
Het voorstel van de minister lijkt ons niet zo verstandig: Vlaamse leerlingen halen tegen het einde van het secundair onderwijs een aanvaardbaar niveau voor Engels. Ze halen de leerplandoelen en de door de overheid uitgeschreven eindtermen. Lees er de inspectierapporten op na: over de kwaliteit van het onderwijs in Engels lees je maar zelden zware opmerkingen. Toegegeven, de neiging om meer en meer in het Engels te onderwijzen in het hoger onderwijs gaat vaak nog gepaard met docenten die een vrij rudimentaire vorm van internationaal wetenschappelijk Engels spreken. Het is zeker de moeite dat taalniveau te verhogen.
Leerlingen Frans leren te gebruiken op een aanvaardbaar niveau, of op het door leerplannen en overheid gevraagde niveau gaat moeizamer. Frans is immers gaandeweg een echt vreemde taal geworden. Op straat, in de media, in de jongerencultuur hoor je minder Frans dan vroeger. Engels is meer dan andere talen dé taal van film, muziek, van het wereldwijde web. Maar Frans is in ons land de tweede officiële taal. Zij is de taal van onze grote zuiderbuur Frankrijk. Dus verkiezen wij Frans boven Engels, als tweede taal op school. Engels als tweede taal invoeren zou een zeer nefaste invloed hebben op de taalvaardigheid Frans. Het verlies zou veel groter zijn dan de winst die men voor Engels zou boeken.
Meertaligheid is belangrijker dan een discussie Engels of Frans!
Maar belangrijker dan te kiezen voor Frans of tegen Engels, is het om in alle talen op school een ernstig aanbod te doen. De kwaliteit van ons talenonderwijs moet hoog zijn: leerlingen moeten getraind worden in tal van taalgebruikssituaties, bij het spreken en luisteren, in gespreksvaardigheid, bij lezen en schrijven. Het gaat er niet om dat we meer met vaardigheden dan met kennis (grammatica, woordenschat, filologie) moeten bezig zijn: de slinger moet in het midden hangen. Zoals een mens twee benen nodig heeft om te lopen, ondersteunen kennis en vaardigheid mekaar bij het leren en onderwijzen van een taal.
Dat geldt voor Frans, voor Engels en voor Duits. We zijn niet weinig fier dat de onderwijsinspectie onze school loofde omdat zij zoveel lestijden investeert in Duits. In de middenschool kunnen leerlingen ook initiatie Italiaans volgen! Internationale en intranationale programma’s laten toe vreemde talen met leeftijdsgenoten te oefenen. Op die meertalige wereld willen wij onze leerlingen voorbereiden.
Overigens investeren wij meer in talen in onze bso-studierichtingen dan andere scholen doen. En dat doen we bewust!
Ten gronde geldt dat alles ook voor het Nederlands: voor vele leerlingen in basis- en secundair onderwijs blijft ook dat ten onrechte een wat vreemde taal. Het taalbeleid in het College Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn is erop gericht onze leerlingen wijs en vaardig te maken, in het Nederlands én in de vreemde talen.


